gehurkt aan de waterplas
- 22 mrt
- 1 minuten om te lezen
schep ik mijn contouren troebel met mijn handen
rimpels vervormen mijn reflectie
waterschaatsers deinzen weg
mijn beeld is voorgoed veranderd,
verdwenen in de onderstroom
een gezicht zonder randen
aan de overkant verschijnt een kopie met uitgelopen lijnen
een nimf die haar naam niet meer weet
en als ik mijn vingers in het water laat zakken
komen mijn handpalmen als spiegels terug naar boven
ik leef aan deze kant
in een uitgestelde zomer
op een kiezelbed vol scherpe randen

