Verwoest
- 15 mei
- 1 minuten om te lezen
Bij het zetten van de eerste voet
tasten we nog met rubberen zolen,
zoeken we in het monochrome puin
naar focus op het gebombardeerd tapijt.
We dwalen door het weggemaaide land,
bukken ons maar rapen niets.
Peilen ondiep, de grond is verstijfd.
Op de duur vallen we uiteen
zoals beton het voordeed, eerst aarzelend, dan plots
alleen.
We torsen het gewicht van onze wimpers,
veinzen blindheid tegen het knerpen van de grijze sneeuw,
doen ons doof voor
tegen het kalme huilen van de honden.
Het kloppen in de borstkas,
het stompen op de slapen,
ze knijpen de middag fijn.
Het brandende stof grijpt de hoofdrol,
de zon danst al lang niet meer.

